Wetten, regels & initiatieven

Overheid moet hogere doelen stellen rondom hernieuwbare brandstoffen

Ondanks goede initiatieven vanuit de overheid kan de mobiliteitssector het gebruik van fossiele brandstoffen sneller afbouwen. Volgens Eric van den Heuvel, directeur van het Platform Duurzame Biobrandstoffen, zijn de eerste stappen gezet, maar mag de lat hoger worden gelegd. “Het stellen van hogere doelen voor hernieuwbare energie in transport daagt de Nederlandse markt uit.”

Volgens de analyse van het Platform Duurzame Biobrandstoffen zou in 2030 nog maar twee derde van alle brandstoffen in de transportsector fossiel kunnen zijn. Eén derde deel moet dus van hernieuwbare bronnen komen. “Om dat te realiseren, is instroom van hernieuwbare elektriciteit nodig. Daar zijn gelukkig veel plannen voor”, vertelt Van den Heuvel. “Daarnaast zijn er ook veel hernieuwbare brandstoffen nodig. In combinatie met hernieuwbare elektriciteit moet dat er uiteindelijk voor zorgen dat we fossiele brandstoffen uit het systeem bannen.”

De lat hoger leggen

Toch is opschakelen nodig, vertelt de directeur van het platform: “Gelukkig toont Nederland meer ambitie dan het Europese beleid. De Europese doelen voor hernieuwbare energie in transport zijn namelijk niet voldoende om de klimaatdoelen van het klimaatakkoord van Parijs te kunnen halen. Volgens één van die Europese richtlijnen, die tot 2020 geldt, moet het aandeel hernieuwbare energie tien procent zijn. In de nieuwe richtlijn, die geldt van 2021 tot 2030, staat dat het aandeel hernieuwbare energie in transport tenminste veertien procent moet zijn van het totaal”, vertelt van den Heuvel. “Dat klinkt al heel goed, maar we zien dat deze doelstelling lager uitpakt dan de doelen die Nederland in de klimaatplannen nastreeft.” Door de lat hoger te leggen, draagt het Nederlandse beleid bij aan een economie die gebaseerd is op hernieuwbare grondstoffen. Dit zal de economische positie van Nederland versterken.

Duurzame opties boven fossiele opties

Wat ziet het Platform Duurzame Biobrandstoffen dan het liefst gebeuren? Volgens Van den Heuvel zijn er twee punten belangrijk: een uitdagende ambitie neerzetten voor hernieuwbare energie in transport en daarnaast aansturen op steeds minder fossiele brandstoffen. “Die fossiele CO2-emissies moeten natuurlijk naar beneden. Hernieuwbare brandstoffen met de hoogste CO2-reductie moeten voorrang krijgen in het systeem, maar ook de fossiele brandstoffen die nog ingezet worden, moeten een zo laag mogelijke CO2-intensiteit hebben.”

Met het stellen van de juiste doelen kan de overheid de markt uitdagen om met de meest kosteneffectieve en CO2-besparende opties te komen. “Dat gebeurt al wel, maar dat mag nog nadrukkelijker”, legt Van den Heuvel uit. “Daarnaast zijn er ook opties die nog niet marktrijp zijn. Die moeten ondersteund worden door innovatiebeleid, zoals subsidieverlening. Tegelijkertijd moeten de marktcondities het mogelijk maken om duurzame opties voorrang te geven boven fossiele opties.”

Eric van den Heuvel, directeur van het Platform Duurzame Biobrandstoffen

Deel dit artikel