Nieuws uit de branche

Groengas blijkt de meest duurzame weg naar zero emissie, ook voor OV-bussen

De concessie Voorne-Putten en Rozenburg werd in september 2019 uitgeroepen tot meest duurzame concessie van dat jaar. Vervoerder EBS koos binnen deze concessie voor 53 groengasbussen en stelde PitPoint aan als brandstofpartner. Met zero emissie als stip op de horizon in 2030 blijkt groengas een ideale springplank. De alternatieve brandstof levert immers niet alleen veel milieuwinst op, maar is ook nog eens bijzonder kostenefficiënt.


Vervoerders hebben bij een concessie een tamelijk ingewikkelde puzzel te leggen. “Aan de ene kant wil de overheid graag zoveel mogelijk busvervoer, maar aan de andere kant moet dit zo duurzaam mogelijk worden ingevuld”, stelt Wim Kurver, CEO van vervoerder EBS. “Door honderd procent elektrische bussen aan te schaffen, kunnen we volledig emissievrij rijden. Maar, als we daarvoor kiezen, moet een veel groter deel van het beschikbare budget aan de voertuigen worden besteed en kunnen we minder uren busvervoer aan de reizigers aanbieden. Daarom is alleen EV nu nog niet de enige juiste oplossing, maar is juist een mix van verschillende duurzame alternatieven voor diesel een goede en kostenefficiënte keuze.” In Voorne-Putten en Rozenburg is er daarom voor gekozen om alle bussen van EBS op groengas te laten rijden.


Milieuwaarde

Sinds 2009 analyseert Gerard van Kesteren, projectleider bij het kennisplatform CROW (dat zich focust op onder meer infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer), de milieuprestaties van OV-bussen in Nederland. Hij brengt letterlijk in kaart waar de meest duurzame concessie rijdt en hangt daar sinds 2018 ook een milieuwaarde-score aan. “Voorheen was de meest dominante voertuigkeuze doorslaggevend, nu wordt de hele vloot meegeteld. Als er in een concessie bijvoorbeeld honderd bussen rijden, waarvan zestig op groengas, was groengas de meest dominante keuze. Zo kon een vertekend beeld ontstaan. Daarom heb ik besloten de volledige vloot te indexeren.”


Nederland kleurt op de kaart van Van Kesteren van rood naar groen, met als uiteindelijke doel om in 2030 een donkergroene kaart te hebben, wanneer álle OV-bussen zero emissie moeten zijn. In een jaar tijd - tussen 1 juni 2018 en 1 juni 2019 - is het aantal zero emissiebussen gestegen van 291 naar 468. “De ontwikkelingen naar zero emissie, vooral met elektrische bussen, gaan snel op het moment”, stelt Van Kesteren. “Van de rijdende bussenvloot is nu bijna tien procent emissievrij.”


Transitiegebieden

Uit de meest recente analyse komt duidelijk naar voren dat in het stads- en streekvervoer een mix van schone en duurzame soorten bussen en brandstoffen nu het meest duurzaam is. “In steden kunnen we met de huidige actieradius al prima uit de voeten met elektrische bussen. Maar niet alle streeklijnen zijn op dit moment eenvoudig om te zetten naar zero emissie: er zijn OV-lijnen waarop bussen dagelijks twaalfhonderd kilometer rijden. Dan wordt het een stuk moeilijker om volledig elektrisch te rijden. Voor een deel van de markt ben je daarom aangewezen op groengas of waterstof. Wij noemen dat ook wel de transitiegebieden, daar wordt gebruikgemaakt van een transitiebrandstof op weg naar zero emissie in 2030”, aldus Van Kesteren.


Brandstofmix

Hoe de toekomst van de OV-bus er daadwerkelijk uitziet, durft Van Kesteren niet te stellen. “De markt is nog erg in ontwikkeling, het is nog geen uitgemaakte zaak. Naast groengas en elektrisch kijken vervoerders ook veel naar waterstof, waarmee de lange afstanden zero emissie gereden kunnen worden. Bovendien kun je van groene stroom die over is, waterstof maken. Waterstof krijgt daarom zeker een plek in de brandstofmix van de toekomst, zolang het maar groene waterstof is. Groengas is er in mijn ogen vooral om een duurzame transitie te kunnen maken naar zero emissie. Het is namelijk ook al heel schoon en daardoor een mooie transitiebrandstof.”


Of honderd procent zero emissie OV-busvervoer in 2030 haalbaar is, weet Van Kesteren niet. “We komen tegen die tijd in ieder geval een heel eind. Elektrisch is de toekomst, maar het is op dit moment nog niet altijd de meest duurzame keuze.” Ook Wim Kurver vindt het nog te vroeg om te stellen hoe de wereld van het busvervoer er in 2030 uitziet. “Uiteindelijk zal groengas waarschijnlijk vervangen worden door elektrisch, mogelijke deels in combinatie met waterstof. Eind 2029 gaat bij ons de nieuwe concessie lopen en de aanbesteding van die concessie waarschijnlijk een jaar eerder. De stand van de techniek op dat moment, bepaalt wat er in 2030 op de Nederlandse wegen rijdt.”


Het uiteindelijke zero emissie-doel is volgens Jordy Tromp, manager public transport NL bij brandstofpartner PitPoint, voor iedereen helder, maar er is volgens hem nog onvoldoende aandacht voor de weg hiernaartoe. “Zolang de overheid en de markt het verlagen van de CO2- en stikstofuitstoot als doel centraal blijven stellen, ben ik ervan overtuigd dat de juiste middelen worden ingezet om dit ook te bereiken.”

Deel dit artikel

image
image
image